Je leert hoe de agrarische sector werkt én hoe je bijdraagt aan een duurzaam voedselsysteem. De lessen gaan onder andere over:
- Kennis over dieren, gewassen en voedselproductie
- Werken met technologie en innovatie in landbouw
- Onderzoeken en oplossingen bedenken voor echte problemen
- Bedrijfseconomie, ondernemerschap en adviesvaardigheden
- Samenwerken en communiceren met ondernemers
- Projectmatig en zelfstandig werken
Je krijgt ook algemene vakken zoals Taal en Rekenen. In de LOB-les (Loopbaanbegeleiding en Burgerschap) ga je ontdekken wat je na je opleiding wil doen. In leerjaar 3 kies je de richting waarin jij je gaat specialiseren.
Tijdens de opleiding doe je veel ervaring op door ‘te doen’. Daarom krijg je praktijklessen en loop je elk jaar stage.
Meer over de opleiding